Het kabinet-Schoof vroeg Kees Wennink (voormalig CEO ASML) in de zomer van 2025 om een onafhankelijk advies uit te brengen over het investeringsklimaat en toekomstig verdienvermogen van Nederland. In dit rapport schetst Wennink de route naar toekomstige welvaart, naar een sterk Nederland in een relevant Europa.

Terwijl een nieuw kabinet wordt gevormd (december 2025) vraagt dit rapport de nodige aandacht als het gaat om ‘de juiste keuzes’ voor economie en samenleving. We focussen op onderwijs.

Wat wordt er gezegd over onderwijs?

Een nijpend gebrek aan technisch geschoold talent

Naast de algemene kwaliteit van het onderwijs, blijft het opleiden van STEM-talent (wetenschap, technologie, techniek en wiskunde) specifiek achter. Nederland bevindt zich in de Europese achterhoede als het gaat om de instroom in technische en digitale studies, van mbo tot en met wo. Jongeren komen te weinig in aanraking met techniek op de basisschool en het voortgezet onderwijs, en kiezen dus minder snel voor een technische opleiding. Dat is specifiek een zorg bij vrouwen: slechts één van de drie STEM-afgestudeerden is een vrouw, en slechts één op de vijf ICT-specialisten. Daarnaast is het voor alle lagen van het onderwijs financieel uitdagend om relatief dure, technische opleidingen aan te bieden. Dat leidt ertoe dat de opleidingen die hard nodig zijn kunstmatig hun instroom moeten verlagen, bijvoorbeeld met een numerus fixus.

En er wordt een vergelijking gemaakt met andere landen:

Bron: Pagina 55, Rapport Wennink (2025).

Notabene

Er staan ook onhandige/onjuiste passages in, bijv. (p. 53): “In wis- en natuurkunde wordt nu 40 tot 50% minder stof getoetst dan 30 jaar geleden, en ook het niveau van de vragen is gedaald. Dat betekent dat de examencijfers in Wiskunde A, Wiskunde B en Natuurkunde gemiddeld met 0,7 punt zijn gestegen, maar de kennis van onze leerlingen hard daalt.”.

Dat zijn ongefundeerde uitspraken als “het niveau van de vragen is gedaald”. En hoewel het goed is om kritisch te zijn over internationale score (Pisa) wordt niveau-daling van de vragen geponeerd zonder verdere bronvermelding, dus onzorgvuldig, en dat levert de vraag op met welke informatie de schrijvers van dit rapport zich willen profileren.

En bij het vergelijken van de Nederlandse situatie met andere landen is het goed om naast Pisa ook te kijken naar Timss, Piaac en Peil.

Een opvallend woord in dit rapport is ‘reskilling’.

Reskilling

Het gaat echter niet alleen mis in de Nederlandse schoolbanken. Werkenden doen onvoldoende nieuwe vaardigheden op, en scholen zich te weinig om. Met de huidige demografische en technologische ontwikkelingen is dat een enorm
probleem. Talent wordt namelijk steeds schaarser, en dus moeten we meer doen met de mensen die we hebben. Tegelijkertijd verandert AI de aard van werk ingrijpend. Hele beroepsgroepen, zoals administratie, logistieke planning, en dataverwerking, lopen het risico geautomatiseerd te worden in de komende jaren. 30% van de huidige gewerkte uren staan tussen nu en 2030 onder druk van automatisering.
ING en ABN-Amro samen verwachten bijvoorbeeld al duizenden banen te kunnen schrappen door de opkomst van AI., Dat is niet alleen maar negatief voor de arbeidsmarkt: AI zal ook veel nieuwe banen creëren – banen in techniek, ICT en zorg. Upskilling, om de kansen van AI te pakken, en reskilling, om te zorgen dat mensen snel een nieuwe baan in een kansrijke sector kunnen vinden, zijn dus cruciaal voor de toekomst van ons talent. Het zorgt ervoor dat de baten van deze nieuwe technologieën niet slechts bij een kleine groep mensen zullen landen, maar breed kunnen worden gedeeld. Automatisering vergroot de welvaart, maar de disruptieve effecten van deze veranderingen moeten in goede banen worden geleid door mensen nieuwe kansen te bieden in nieuwe sectoren.
En het zijn juist de groepen waar de grootste transitie nodig is – middelbaar-opgeleiden, zelfstandigen, kleine werkgevers – die nauwelijks gebruik maken van
omscholingsmogelijkheden. Waar landen als Singapore en Engeland hun beroepsbevolking voorbereiden op een snel veranderende economie met nationale om- en bijscholingsprogramma’s als Skills Future en Skills England, blijven in Nederland initiatieven op dezelfde schaal achter. Onze leercultuur moet veranderen.

(p. 55). Upskilling wordt ook genoemd (rondom AI erg belangrijk), maar ‘reskilling’ is een belangrijke uitdaging voor het onderwijs, zeker in het debat over basisvaardigheden.

Bedenk bij dit begrip ‘reskilling’ dat de huidige curriculumherzieningen daar ook mee bezig zijn: De nieuwe kerndoelen gaan meer richting geven aan het rekenen en de nieuwe examenprogramma’s gaan beter passen bij de profielen. Daarin worden echt stappen gezet. 

Wat pikken we hier uit op voor NEBO?

  1. Scientific literacy (wetenschappelijke geletterdheid) verdient veel meer aandacht dan momenteel! We hebben onlangs de juiste projecten gekozen om aan te werken (basisvaardigheden, inclusief stem onderwijs en binnen- en buitenschools).
  2. Krachtige impulsen rondom AI, data, statistiek, modelleren, e.d. zitten in de nieuwe kerndoelen en andere curriculumherzieningen, maar hier is nog een steeds een extra impuls nodig, in Nederland, en samenwerking met Europa en daarbuiten.
  3. Betere afstemming tussen grote innovatie/impuls-projecten is essentieel (Masterplan basisvaardigheden, Onderwijskracht, Impuls Open Leermaterialen, Nolai, Techkwadraat, e.a.) -> Veel partners van NEBO zijn actief binnen een of meer van dergelijke impulsen, het ontbreekt nog steeds aan een efficiënte regie tussen die projecten.

Bronnen

rapportwennink.nl

Zie ook wat we bijhouden onder het kopje ‘deltaplan‘ op Ecent/Elwier