Anna Hotze (TU-Delft) en Tim Nota (Wismon)

Voorjaar 2026

Aanleiding en probleemschets

 De Europese vraag naar STEM-talent groeit, terwijl de instroom uit beroepsonderwijs en hoger onderwijs in STEM richtingen niet snel genoeg toeneemt om aan de arbeidsmarktvraag te voldoen (Eurostat, Europese Commisie 2025, STEM Education Strategic Plan) 

Onderzoek laat zien dat attitudes ten opzichte van science/STEM afnemen in de eerste jaren van het VO, met een sterkere daling bij meisjes (Barmby et al., 2008). Veel leerlingen sluiten STEM-studies en -beroepen al vroeg uit op basis van negatieve beelden en lage ability beliefs (Van Tuijl & Van der Molen, 2016). 

Leerlingen met een migratieachtergrond participeren minder succesvol in STEM-vakken. Hun vakspecifieke taalvaardigheid blijft achter, wat participatie en leerresultaten belemmert. Professionaliseringsprogramma’s rond taalbewust en inclusief STEM-onderwijs kunnen bewustzijn en overtuigingen van leraren versterken, maar veranderingen in de daadwerkelijke onderwijspraktijk blijven beperkt zonder verdere ondersteuning (Smit et al., 2023). Structurele inbedding in curriculum en schoolbeleid is daarom noodzakelijk voor duurzame verandering. 

Daarnaast speelt de zogenoemde leaking STEM pipeline, ondanks talrijke interventies is er beperkt robuust bewijs welke programma’s daadwerkelijk uitval of vroegtijdige afkeer van STEM verminderen (Van den Hurk, Meelissen & Van Langen, 2018). 

In Nederland is de urgentie extra groot. Europees gezien scoort Nederland onder gemiddeld in de instroom in STEM-opleidingen (Eurostat), terwijl richting 2030 een tekort van circa 500.000 technisch professionals wordt verwacht die nodig zijn voor maatschappelijke opgaven in zorg, energie en technologische transitie ( McKinsey “Sustaining a Dutch Labor Market” that works for all) 

In het voortgezet onderwijs kiest circa 36% van de leerlingen voor een STEM-profiel, maar in het tertiair onderwijs daalt dit naar 28%. Vooral bij HAVO en VWO is de uitstroom naar niet-technische vervolgopleidingen hoog: één op de drie techniekkiezers stroomt niet door naar een technische studie (Monitor Techniekpact). Meiden en leerlingen met een migratieachtergrond blijven daarbij ondervertegenwoordigd (Monitor Techniekpact, VHTO, Emancipatiemonitor 2024, Youngworks/ PTvT 2020, NIDI van tubergen 2022) 

Tegelijkertijd laat het Bèta&TechMentality-onderzoek (Platform Talent voor Technologie, 2019) zien dat veel jongeren een latente interesse in techniek hebben, maar beperkt zelfvertrouwen ervaren, techniek niet als “voor mij” zien en zich onvoldoende herkennen in de maatschappelijke relevantie en beroepsbeelden van STEM. Het beter bereiken van deze groepen en het versterken van hun self-efficacy en herkenning is daarom cruciaal om de STEM-pipeline structureel te versterken. 

Het systeemprobleem 

(Gender)stereotypen beïnvloeden het zelfbeeld van leerlingen en hun vertrouwen in eigen kunnen (self-efficacy). Dit werkt direct door in studie- en profielkeuzes. In het voortgezet onderwijs vormt met name loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) een beslissend institutioneel moment in dit proces. Onderzoek laat zien dat LOB sterk verschilt per school, vaak geen gedeelde verantwoordelijkheid is, dat leerlingen onder tijdsdruk keuzes maken en dat genderbias in profieladviezen en -testen onvoldoende wordt herkend Meisjes krijgen vaker een negatief advies voor technische profielen en mentoren ervaren handelingsverlegenheid in het voeren van inclusieve LOB-gesprekken (VHTO, vrij voorsorteren op later 2023). 

Inclusiviteit in STEM-onderwijs en LOB wordt nu vooral projectmatig aangepakt: losse lesmaterialen, trainingen, rolmodellen en masterclasses voor docenten. Ondertussen blijven onderliggende structuren – curriculumontwerp, beoordelingscultuur, selectiecriteria, doorstroomlogica en institutionele governance – grotendeels intact. 

Het kernprobleem is daarmee niet primair een gebrek aan kennis of materiaal, maar een secundair onderwijssysteem waarin inclusiviteit nog niet als ontwerpprincipe is ingebouwd. Zonder structurele verankering blijft inclusieve STEM-transformatie in het VO fragmentarisch. 

Waarom noodzakelijk binnen STEM22 / NEBO? 

Genderongelijkheid in STEM, kansenongelijkheid voor leerlingen met een migratieachtergrond en de rol van career guidance zijn geen losse schoolvraagstukken, maar structurele uitdagingen binnen het secundair onderwijs. Zij vragen om samenhang tussen onderzoek, praktijkontwikkeling en beleidsmatige verankering. 

Binnen STEM22 / NEBO ligt daarom de gezamenlijke opgave om regie te voeren op kwaliteitsontwikkeling in plaats van interventies te stapelen. Door expertise van scholen, lerarenopleidingen, universiteiten, organisaties als VHTO en uitgevers te bundelen, kan inclusiviteit systematisch worden ingebouwd in curriculum, LOB en beoordelingspraktijken. 

Dit is nadrukkelijk ook een Europese opgave. De problematiek speelt in meerdere Europese onderwijssystemen en Europese samenwerking is nodig voor kennisontwikkeling, vergelijkend onderzoek en het versterken van de evidence base rond effectieve interventies in de STEM-pipeline. 

Doel en aanpak

De gezamenlijke aanpak combineert een gerichte nationale ontwikkel- en pilotfase op korte termijn met Europese samenwerking gericht op kennisontwikkeling en opschaling. De activiteiten sluiten aan bij de invoering van nieuwe kerndoelen en worden evidence informed ingericht. Nationale praktijkontwikkeling en Europese kaderontwikkeling versterken elkaar.

Nationale ontwikkeling en pilots 

In de Nederlandse context ontwikkelen en testen we een samenhangende aanpak in het voortgezet onderwijs, met twee parallelle interventielijnen. 

1. Curriculum- en methodegericht We voeren methodeonderzoek uit in de onderbouw van het VO en analyseren waar belemmeringen voor inclusiviteit zitten, bijvoorbeeld in taalgebruik, representatie en contexten. Op basis daarvan ontwikkelen en beproeven we interventies die het STEM-onderwijs inclusiever maken. 

2. Loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) Daarnaast ontwikkelen en testen we een gerichte interventie binnen de LOB-lijn, gericht op inclusieve en genderbewuste profiel- en studiekeuzeprocessen. 

Beide interventielijnen worden in pilots uitgeprobeerd en geëvalueerd, zodat zichtbaar wordt wat werkt, onder welke condities en hoe dit duurzaam kan worden ingebed in curriculum, LOB en schoolbeleid. 

Europese samenwerking 

In een Europees partnerschap ontwikkelen we een geïntegreerd kader en concrete aanpak voor inclusief STEM-onderwijs en career guidance. Deze samenwerking richt zich op vergelijking van praktijken tussen landen, versterking van de evidence base rond effectieve interventies in de STEM-pipeline en gezamenlijke kennisdeling. 

Doel is om:

  • STEM-onderwijs inclusiever maken voor meisjes en leerlingen met een migratieachtergrond, met aandacht voor taal, meertaligheid en representatie; 
  • genderstereotypen en hun invloed op self-efficacy expliciet adresseren in STEM-lessen én in school-based career education and guidance (LOB); 
  • career guidance-processen genderbewuster en kansengelijker inrichten, zodat meer leerlingen – met name meiden – STEM-opties openhouden bij profiel- en studiekeuzes; 
  • inclusiviteit verankeren als ontwerpprincipe in curriculum, beoordeling en schoolbeleid. 

Voorgestelde aanpak: van interventie naar systeemontwerp

1. Nationale analyse en praktijkontwikkeling 

We starten in Nederland met een gerichte analyse in het voortgezet onderwijs, met focus op: 

  • gebruikte methoden in de onderbouw (taalgebruik, representatie, contexten en impliciete aannames); 
  • bestaande LOB-praktijken rond profiel- en studiekeuze. 

Deze analyse maakt zichtbaar waar belemmeringen voor inclusiviteit optreden, met specifieke aandacht voor gender, migratieachtergrond, taal en self-efficacy. 

Op basis hiervan ontwikkelen we gerichte interventies: 

• ontwerpprincipes en aanpassingen voor inclusiever STEM-onderwijs in de onderbouw; 

• interventies binnen de LOB-lijn gericht op inclusieve en genderbewuste keuzeprocessen. 

Deze interventies worden in pilots getest en tussentijds bijgesteld. We onderzoeken onder welke condities zij bijdragen aan versterking van self-efficacy, inclusieve participatie en het openhouden van STEM-opties bij profiel- en studiekeuzes

2. Meten, leren en onderbouwen 

Voor de pilots ontwikkelen we een assessmentinstrument met pre- en postmetingen en we doen casestudies, waarmee zichtbaar wordt wat werkt, welke praktijken van waarde zijn en onder welke condities inclusieve STEM-ontwikkeling duurzaam versterkt wordt. 

We onderzoeken het effect op: 

• self-efficacy en attitudes van leerlingen; 

• profiel- en studiekeuzes; 

• professionele praktijken van docenten en decanen. 

Hiermee worden zowel de onderwijsinterventies als de professionaliseringscomponent systematisch geëvalueerd. 

3. Professionalisering en ondersteuning 

We ontwikkelen en implementeren een modulair professionaliseringstraject voor STEM-docenten, mentoren, decanen én voor auteurs en redacteurs van leermiddelen. 

  • taalbewust en inclusief STEM-onderwijs; 
  • het herkennen en doorbreken van genderstereotypen; 
  • het versterken van self-efficacy bij leerlingen; 
  • het voeren van genderbewuste loopbaangesprekken; 
  • het herontwerpen van beoordelingspraktijken zodat feedback inclusiviteit ondersteunt. 

Via een train-the-trainer aanpak, waarin betasteunpunten en VO-HO-netwerken kunnen worden ingezet, zorgen we voor duurzame verankering binnen scholen en lerarenopleidingen. 

4. Europese vergelijking en ontwikkeling gezamenlijk kwaliteitskader 

De inzichten uit de Nederlandse pilots worden in Europees partnerschap verdiept via een cross-country literatuur- en praktijkanalyse van STEM-onderwijs en LOB, met aandacht voor gender, migratieachtergrond, taal en self-efficacy. 

Samen met docenten, decanen, leerlingen, lerarenopleidingen, uitgevers en gender/STEM-experts ontwikkelen we een Europees kwaliteitskader voor inclusief STEM-onderwijs en career guidance. 

Dit kader beschrijft ontwerpprincipes, kwaliteitscriteria en indicatoren voor curriculum, pedagogisch-didactische praktijk, toetsing, LOB, leerlijnen, leeromgeving en kritieke overgangsmomenten (zoals profielkeuzes), en maakt expliciet wat inclusiviteit als ontwerpprincipe betekent op schoolniveau. 

We ontwikkelen docentprofessionaliseringsmodules die ingezet kunnen worden parallel aan (her)ontwikkeling van materiaal en het inzetten van activiteiten in de klas. 

Vertaling naar concrete instrumenten 

Op basis van dit kader ontwikkelen we een samenhangende toolkit die scholen, onderwijsaanbieders en uitgevers direct kunnen toepassen, bestaande uit: 

• didactische handreikingen voor taalbewust en inclusief STEM-onderwijs; 

• bouwstenen voor genderbewuste LOB, zoals formats voor loopbaangesprekken en checklists om gender- en diversiteitsbias in LOB-instrumenten te herkennen; 

• richtlijnen voor de inzet van counterstereotiepe rolmodellen, onder meer via bestaande rolmodellenbanken; 

• een kwaliteitsinstrument/keurmerk “Inclusief STEM & LOB onderwijs”. 

Het kwaliteitskader wordt daarnaast vertaald naar een praktisch zelfevaluatie-instrument waarmee scholen en partners hun ontwikkeling kunnen monitoren. Dit instrument vormt tevens de basis voor het keurmerk en ondersteunt gerichte opschaling in Nederland en Europa. 

5. Verankeren in beleid en structuren 

Het kader en de praktijkervaringen vormen de basis voor structurele inbedding in curriculum- en toetsbeleid, LOB-structuren en kwaliteitszorg. Daarbij betrekken we schoolbesturen, landelijke LOB-infrastructuren en ministeries, zodat de ontwikkelde kwaliteitscriteria ook beleidsmatig worden geborgd. 

Partners en stakeholders

Mogelijke partners: 

• Middelbare scholen (VO) als pilotscholen; 

• Lerarenopleidingen VO (tweedegraads en eerstegraads); 

• Gender/STEM-expertorganisaties (zoals VHTO); 

• Lectoraten 

• Uitgevers van methoden voor bètavakken; 

• Optioneel: bedrijven (bijv. hightechsector) voor beroepsbeelden en rolmodellen. 

• Vo-ho netwerken 

Belangrijke stakeholders: 

• Schoolbesturen; 

• Landelijke LOB-infrastructuren (zoals Expertisepunt LOB-equivalenten); 

• SLO (ivm nieuwe kerndoelen en uitwerking daarvan) 

• OCW 

• PTVT (in relatie tot STO en Techkwadraat) 

• Ook relevante Europese stakeholders worden betrokken, zoals Europese onderwijsnetwerken, gender- en inclusieplatforms en beleidsorganen 

Literatuur

A STEM Education Strategic Plan: skills for competitiveness and innovation. (sd). Opgeroepen op Maart 08, 2026, van https://education.ec.europa.eu/sites/default/files/2025-03/STEM-Communication-graphic-version-updated_0.pdf 

Barmby, P., Kind, P. M., & Jones, K. (2008). Examining changing attitudes in secondary school science. International Journal of Science education, 30, 1075-1093. 

Monitor Techniekpact is nu Dashboard Onderwijs-Arbeidsmarkt Technologie. (2025, jan 01). Opgehaald van https://agdb.nl/nieuws/monitor-techniekpact-is-nu-dashboard-onderwijs-arbeidsmarkt-technologie/ 

Netherlands advanced: Building a future labor market that works. (2024, Juni 18). Opgeroepen op Maart 8, 2026, van https://www.mckinsey.com/capabilities/people-and-organizational-performance/our-insights/netherlands-advanced-building-a-future-labor-market-that-works#/ 

Smit, J., Chisari, L. B., Kouns, M., Øyehaug, A. B., Savelsbergh, E., & Hajer, M. (2023). Inclusive STEM Teaching from a Language Perspective: Teacher Learning in a Professional Development Program. European Journal of STEM Education, 8(1). doi:https://doi.org/10.20897/ejsteme/13643 

Technologie, P. T. (2019). Bèta&TechMentality: herijking van het Bèta&TechMentality-model. Uitgevoerd door Youngworks & Motivaction. . Opgehaald van https://www.ptvt.nl/artikel/model-beta-and-techmentality 

van den Hurk, A., Meelissen, M., & van Langen, A. (2018). Interventions in education to prevent STEM pipeline leakage. International Journal of Science Education, 41(2), 150-164. doi: https://doi.org/10.1080/09500693.2018.1540897 

Van Tuijl, C., & van der Molen, J. H. (2016). Study choice and career development in STEM fields: An overview and integration of the research. International Journal of Technology and Design Education, 26, 159–183. doi:https://doi.org/10.1007/s10798-015-93 

VHTO. (2023, maart). Vrij voorsorteren op later. Aanbevelingen om VO-leerlingen de kans te geven verder te kijken dan typische mannen- en vrouwenberoepen. 

Verder lezen

Neset rapport (2024). The Gender gap

Unesco-rapport (2024) Gender en STEM-onderwijs

Zie ook ELWIeR/Ecent info-pagina’s over Gender en STEM

Europese subsidiemogelijkheden

  • Funding in education – European Education Area 
  • MSCA Doctoral Networks 2026 | Marie Skłodowska-Curie Actions deadline, 24 nov 2026 
  • Erasmus+ (voor deelproject)